Vrije radicalen ontstaan door verbrandingsprocessen in het lichaam. Dit heet ook wel oxidatie. Ze kunnen ook ontstaan door invloeden van buitenaf zoals rook, uitlaatgassen, UV- en röntgen straling. Het zijn beschadigde moleculen die een elektron missen. Hierdoor reageren ze gemakkelijk met andere stoffen.
Ze gaan op zoek naar een aanvullende elektron en nemen er daarom eentje van een gewone, gezonde molecuul. Die moet op zijn beurt weer op zoek gaan naar een extra elektron van een derde molecuul. Op die manier zijn vrije radicalen in staat schade aan te richten aan gezonde cellen en organen. Anti-oxidanten geven heel makkelijk een elektron af, maar gaan zelf niet op zoek naar een nieuwe. Zo stoppen ze de kettingreactie: het elektronentekort in de vrije radicalen wordt opgeheven.
Anti-oxidanten zijn er in veel soorten, krachtige en minder krachtige. Minder krachtige anti-oxidanten worden sneller afgestoten, terwijl krachtige antioxidanten dichter in de buurt kunnen komen van de vrije radicalen. Hierdoor geven ze gemakkelijker een elektron af. De antioxidanten uit sap van de granaatappel en de acai-bes hebben die krachtige eigenschap.
|
Een bekende groep van anti-oxidanten zijn bioflavonoïden. Er zijn duizenden verschillende flavonoïden bekend. Elke soort heeft zijn eigen kenmerken en werking. Soorten bioflavonoïden zijn polyfenolen, anthocyaniden, pycnogenolen. Zij komen van nature voor in citrusvruchten, tomaten, uien, groene thee, rode wijn, kool, peterselie etc. Wetenschappers zijn nog druk bezig om al deze verschillende stofjes te onderzoeken.
|
|
|
|